Veel gestelde vragen.

Heeft u vragen over bepaalde dingen? Kijk dan eerst eens de vraag er al bij staat. Is dat niet het geval, reageer via een bericht of email. Daarna probeer ik zo snel mogelijk een duidelijk antwoord te geven.

Prioriteit:

-Hoog; Dit wil zeggen dat de brandweer met toeters en bellen uitrukken, omdat er mogelijk mensen en/of dieren in nood zijn. Ze hebben hier vrijstelling van de meeste verkeersregels.

-Middel; Het is noodzakelijk dat ze brandweer te palatsen komt, omdat het wel een gevaar vormt maar geen levensbedreigende situatie’s. De brandweer mag hier wel gebruik maken van bepaalde vrijstellingen, maar niet van allemaal.

-Laag; Hier moeten ze wel komen maar gewoon als normale weggebruiker. Normaal word er alleen met lage spoed terug gereden naar karzene.

Grip (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure)

Een Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) is in Nederland een landelijke afspraak over de opschaling van incident- en rampenbestrijding voor professionele hulpverleners als de brandweer, politie en Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (waaronder ambulancediensten). De procedures regelen opschaling op operationeel niveau op de plaats van het incident en daarnaast op bestuurlijk niveau van gemeente tot waar nodig zelfs landelijk.

Naast de dagelijkse routine zijn er vier GRIP-fasen, namelijk GRIP 1 tot/met GRIP 4. De term GRIP 0 is de benaming voor de normale gang van zaken en behoeft dus geen opschaling.

De GRIP-fasen zijn:

-Grip 0; Bronbestrijding. Dagelijkse routine van de operationele diensten, geen bijzondere coördinatie nodig.
In Brabant Zuid-Oost gebruiken ze grip 0 ook om de officieren van dienst op te roepen.

-Grip 1; Bronbestrijding. Incident van beperkte afmetingen. Afstemming tussen de verschillende disciplines nodig.

Er is gezien de aard van het ongeval coördinatie tussen de verschillende hulpdiensten nodig. Ter plaatse wordt een Commando Plaats Incident (COPI) samengesteld uit de operationeel leidinggevenden (Officieren van Dienst) van de verschillende hulpdiensten. Er is nog geen sprake van eenhoofdige leiding. De burgemeester van de gemeente waar het incident is ontstaan wordt afhankelijk van de plaatselijke afspraken gewaarschuwd naast de Regionaal Commandant van de brandweer, de Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF) en de Districtschef van de politie.

-Grip 2; Bron- en effectbestrijding. Incident met duidelijke uitstraling naar de omgeving.

Doordat het ongeval een effect heeft op het gebied om het incident heen is verdere opschaling nodig. Er wordt een Operationeel Team (OT) ingesteld waarbij de leidinggevende Officier van Dienst van één van de aanwezige hulpdiensten de leiding neemt over alle aanwezige disciplines; vaak is dat de bevelvoerder van de brandweer, anders meestal de politie. De kernstaf van het Regionaal Operationeel Team (ROT) komt bijeen (dit team bestaat uit functionarissen van de verschillende hulpdiensten) die de inzet van hun diensten op afstand leiden. Als dit nog niet gebeurd was wordt de burgemeester van de getroffen gemeente gealarmeerd; deze zal de kernstaf het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) laten alarmeren om hem bij te staan.

-Grip 3; Bedreiging van het welzijn van (grote groepen van) de bevolking binnen één gemeente.
Automatisch als de sirene af gaan.

Niet alleen de directe omgeving wordt beïnvloed door de ramp (men spreekt nu formeel van een ramp, niet langer van een incident), maar een groter gebied ondervindt de gevolgen, bijvoorbeeld een (deel van een) gemeente. Het CoPI wordt ter plaatse ingesteld als dat nog niet het geval was, het wordt soms ook wel CoRT (Commando Rampterrein) genoemd. Het Regionaal Operationeel Team komt in volle bezetting bij elkaar om op afstand de bestrijding te coördineren in overleg met het Commando Plaats Incident. De burgemeester van de getroffen gemeente komt bijeen met het volledige Gemeentelijk Beleidsteam om op bestuurlijk niveau sturing te geven aan de bestrijding van de gevolgen van de ramp. De binnen de Veiligheidsregio aangewezen burgemeester wordt gealarmeerd en wordt Coördinerend Bestuurder. Deze laat zich ondersteunen door een Regionaal Beleids Team (RBT) met daarin functionarissen van de verschillende hulpdiensten. De Commissaris van de Koningin (CdK) van de betreffende provincie wordt geïnformeerd. Hij informeert de Minister van Binnenlandse Zaken. Als er zaken door de gemeente geregeld moeten worden, zoals opvang of registratie dan wordt het Gemeentelijk Rampenmanagementteam of GRMT bijeen geroepen.

GRIP 3 betekent niet bij voorbaat dat er sprake is van een ramp. Bij een dreiging van een ramp kan GRIP 3 uit voorzorg afgekondigd worden om de commandostructuur in te richten. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de brand in de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit Delft op 13 mei 2008. Omdat het pand op instorten stond ontstond het gevaar van een grote stofwolk met asbestdeeltjes.

Het is ook niet zo dat een ongeval op een gemeentegrens direct GRIP 3 betekent; het effectgebied van een ongeval betreft alleen de ongevalslocatie dus er is meestal geen noodzaak voor bijvoorbeeld een Gemeentelijk Beleidsteam. Als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij het ongeval kan dit wel opschaling betekenen.

-Grip 4; gemeenten, of regio- of provincieoverschrijdend (of nabij grens tussen regios) en dreiging van uitbreiding. Mogelijk schaarste.

Het effectgebied van de ramp overstijgt de grenzen van de gemeente of zelfs de veiligheidsregio of provincie. Het CoPI/CoRT wordt ingericht en Regionaal Operationeel Team komt samen als dat nog niet het geval was. Een Regionaal Beleids Team (RBT) met daarin functionarissen van de verschillende hulpdiensten ondersteunt de Coördinerend Bestuurder. Als dit nog niet gebeurd was wordt de Commissaris van de Koningin gealarmeerd die een Proviciaal Coördinatie Centrum (PCC) zal inrichten. Een Provinciaal Coördinatie Centrum bestaat uit ambtenaren betrokken bij rampenbestrijding en adviseert de Commissaris. Als een GRIP-4 situatie de provinciegrenzen niet overschrijdt dan heeft de CdK de coördinerende rol. De Minister van Binnenlandse Zaken wordt ook geïnformeerd over de ramp als dat nog niet gebeurd was, hij krijgt de coördinatie als de ramp provinciegrenzen overschrijdt. Het Nationaal CrisisCentrum (NCC) komt bij elkaar; dit bestaat uit ambtenaren belast met rampenbestrijding en regelt de coördinatie van de bestrijding tussen verschillende ministeries. Betrokken ministeries kunnen Departementale Coördinatie Centra (DCC) opzetten.

Overigens betekent, net als bij GRIP 3, deze opschaling niet dat er (al) sprake is van een ramp. Ook bij een dreigend incident, zoals een overstroming, kan GRIP 4 afgekondigd worden.

LATER MEER